Taalsmaak Over letters die lonken.....

Bij nacht en ontij

Mrt 30

Het was weer raak hoor.
Een groot beige kleurig insect met akelig kriebelende vleugels, maar daar kwam ik pas later achter.
Toen het kwaad al was geschied zeg maar.

Hij had het uiterlijk een nachtvlinder. Met van die prachtig getekende vleugeltjes. Uiltjes noemde ik ze voorheen altijd liefkozend. Dat is na vannacht wel afgelopen.

Dit exemplaar had niets liefs, had een berg scherpe tandjes en had bovendien de rest van zijn familie ook uitgenodigd voor het nachtelijke bezoek aan onze slaapkamer.

Ik vroeg het Vriendje nog hoe het in hemelsnaam kon dat ze in een minuut tijd uitgroeiden van het formaat vlinder tot zoiets als een vleermuis en dat ze er dan ook nog in slaagden om onder je dekbed te blijven vliegen. Hij wist het niet, zei ‘ie en draaide zich nog een keer om. Nee, in het holst van de nacht kun je niet echt op hem rekenen.

Zo’n gevleugeld kreng een mep verkopen hielp ook niet, want behalve de wolk poeder die daarna rond wervelde, hadden ze er niet noemenswaardig veel last van.
Kortom, het was een oneerlijke strijd.

Eenmaal wakker wilde ik de schade opnemen. Wat denk je? Wéér gedroomd! Ik lever nogal wat nachtelijke strijd met onze fauna de laatste tijd. Een aantal weken geleden verloor ik bijna een worsteling met een krokodil in onze huiskamer, waarbij het Vriendje met opgetrokken benen het grondgevecht gadesloeg vanaf een kerkbank(?). Trouwens : waar zijn teckels Julius en H.B. als je ze een keer nodig hebt ?

En nog eerder werd ik belaagd door een uit de kluiten vogelspin vanaf onze tuintafel. Zo eentje die zich in het heetst van de strijd verschanste tussen de kieren in het hout en dan met een harige poot mij naar zich toe probeerde te hengelen. Toen was het Vriendje zelfs in geen velden of wegen te bekennen. Stond ik er mooi alleen voor.

En dan zeggen ze dat de nacht bedoeld is om uit te rusten.
Dat schiet zo niet op natuurlijk.

Yep, 't is lente

Mrt 23



♦  tijd : 13.20 uur
♦  temperatuur : 16 ºC
♦  luisterend naar : tevreden tokkelende kipjes
♦  waar : schommelbank in de tuin
♦  zin in : geitenkaas sandwich
♦  eet : groene salade, want geitenkaas verboden lactose gebied
♦  stemming : waarom vliegt de tijd zo idioot hard op je vrije dag ?
♦  foto moment : lentebewijs geleverd

Iets met lijf en leden

Mrt 17

In het kader van de hernieuwde gezondheid ook maar weer eens nieuwe plannen gemaakt om te gaan hardlopen. En ze daadwerkelijk uitgevoerd.
Zo ben ik dan ook wel weer.

Maar dat uitvoeren viel dus alleszins tegen.
Het lijf riep vantevoren al goedbedoelde waarschuwingen : “Zou je dat nou wel doen? Ben je al voldoende hersteld na al dat lactose-gedoe? Denk aan blessures, hamstring en zo.” (Of is dat iets voor voetballers eigenlijk?)

Ik sloeg echter alle alarmsignalen in de wind. En die wind, die moest toen nog komen, want ik was nog niet eens op de dijk gearriveerd. De dijk, zijnde het strijdtoneel zullen we maar zeggen. Want als je meer dan een half jaar niet of nauwelijks gesport hebt, kun je er donder op zeggen dat er een gevecht geleverd moet gaan worden.

Het werd zwoegen dus, tijdens dat hardlooprondje gisteren. Teckel Julius keek me af en toe wat meewarig aan tijdens het rennen. Waarop ik hem wilde toebijten : “Hou op en kijk voor je.” Maar daarvoor was ik te veel buiten adem. Morele steun heb je aan zo’n teckel dus ook niet, want zelfs miniatuur variant H.B. liep irritant lichtvoetig naast me te draven.

Maar ik moest wel.
Want de Baas van het Kantoor heeft een ingeving gehad. Naar aanleiding van het medisch onderzoek bleek dat we als collega’s tezamen dan wel kerngezond zijn, maar dat de gemiddelde conditie nogal wat te wensen over laat.

En laat de Baas van het Kantoor nou net een van sportieve gezondheid blakende schoonvader hebben. Zo eentje die je ondanks het al gepasseerde VUT-station met een volledige marathon nog niet kapot kunt krijgen. Een schoonvader, die buiten sportief ook nog eens onze collega is.

Juist deze schoonvader en collega blijkt een volleerd hardlooptrainer te zijn. Leuk, hebben wij weer zoiets. Binnenkort moeten we er aan geloven. Dan gaan we na kantoortijd met z’n allen hardlopen. Andere bedrijven doen dan een vrijdagmiddagborrel of zoiets.
Maar wij niet. Wij gaan hardlopen.

Maar ik zal me niet laten kennen. Een beetje voorbereiding kan geen kwaad had ik bedacht, dus gisteren even getest hoe het met de conditie gesteld is.
Uitermate beroerd dus. Daar komt het wel op neer.

Zojuist zag ik op internet hoe een voetballer met Oscar-waardige acteerkwaliteiten middels een overtuigende schwalbe tegen de grasmat smakte. Als ik even oefen lukt zoiets me vast ook wel tijdens zo’n collegiaal hardlooprondje. Ik geloof dat ik maar 's even wat YouTube filmpjes ga bekijken.

Baas in eigen buik

Mrt 16

Mijn oprechte excuses voor de recente radiostilte.
Maar er waren wat beslommeringen.
Niets ernstigs overigens.

Maar eenmaal ingeburgerd in ’s-Hertogenbosch ontkom je nu eenmaal niet aan carnaval. Erg gezellig, maar ook nogal slopend voor je gestel. De aanloop naar carnaval begint hier namelijk al ergens in november.

Ik sta er ook telkens weer verbaasd van dat iedereen dat hier volhoudt. De uitputtingsverschijnselen ontstaan bij de feestvierders meestal op de allerlaatste dag van het grote festijn. Inderdaad, 8 maart dus pas dit jaar.
Taaie rakkers, die Oeteldonkers.

Wij begonnen dus ook in november. Dan moet er her en der muziek gemaakt worden als opwarmer. Want anders wordt het natuurlijk nooit wat met dat vasten naderhand.

Enfin, het was weer erg plezierig.
Maar zoals ik al zei : ook enigszins funest voor je constitutie. En die was al niet al te best.

Doordat mijn buik zich al jarenlang weigert over te geven aan gangbaar gedrag, heb ik inmiddels al een innige relatie opgebouwd met mijn huisarts. De laatste maanden was de lol er echter wel af en was er sprake van een soort van onderbuik-guerilla.

Dus nieuw onderzoek.
Met resultaat : dat wat ooit de diagnose spastische darm was, blijkt eigenlijk een lactose-intolerantie te zijn. Waardoor zo’n beetje alles wat met melk en zuivel te maken heeft ineens verboden terrein wordt.

Boodschappen doen wordt door het constant lezen van etiketten een enerverende missie. Koken vereist nu een hoop vindingrijkheid, maar daar houd ik wel van.

En t loont. Dat is ook wel prettig.
Daar waar ik vroeger soms te moe was om het zwaard te heffen tegen een nietige mier, blijk ik nu opeens fit genoeg om een draak te kunnen verslaan met een pollepel. Figuurlijk dan he, want eigenlijk ben ik best wel een dierenvriend. Vraag maar aan Julius en H.B.

Dus met een beetje geluk kan ik mijn pen nu ook wat sneller en vaker in beweging zetten. Nu alleen nog even zien af te rekenen met die nachtelijke dromen over clandestiene chocolade.

APK

Jan 19

Het was dus weer tijd voor de jaarlijkse keuring. Van mijn auto dan hè.

Zelf word ik binnenkort namelijk ook gekeurd. APK-gewijs dan bedoel ik.
De Baas van het Kantoor heeft namelijk het lumineuze idee opgevat om ons allemaal aan een periodieke keuring te onderwerpen.

Ik heb echt geprobeerd zo geschokt mogelijk te kijken toen hij het nieuws bracht, maar het mocht niet baten. Onverbiddelijk is ie. Binnenkort is het zover. De testresultaten mogen we voor onszelf houden. Maar dan nog.
Als ik de conditietest overleef, beloof ik plechtig dat ik er heuglijk verslag van zal doen.

Enniewee, ik dwaal af.
Ik had het over mijn auto dus. En over hoe die gekeurd ging worden.
12 jaar oud is het Dropje inmiddels al, dus ik kneep m wel een beetje voor mechanische ouderdomsgebreken die misschien aan t licht zouden komen.

Het was druk voor de aanmeldbalie.
Dat kwam door dat bordje voor het loket. ‘We hebben even pauze' stond erop. Ik keek voor de zekerheid even hoe laat het was : 10.15 uur. Vervolgens rekte ik mijn nek om te zoeken naar een tweede loket. Tevergeefs. Ook geen zinnetje eronder of zo, van ‘we zijn zo terug' of ‘onze excuses voor het ongemak'. Niets van dat al, gewoon pauze. 
Is dat normaal : allemaal tegelijk koffiepauze als de hele tent vol zit ?

Toen t eindelijk echt mijn beurt was bij het loket flitste er een op een of ander high tech bord een tijd in beeld. De tijd waarop verwacht werd dat het Dropje weer te mijner beschikking zou staan. Een uurtje later in dit geval zei het flitsende bord. Ik stapte dus de wachtkamer binnen. 
Ook zoiets : waarom groeten mensen elkaar als ze een wachtkamer binnen stappen ? In de rij voor de bakker groet je toch ook niet iedereen die op n halfje bruin staat te wachten ?

Enfin, anderhalf uur later bleek dat de high tech tijd toch niet helemaal haalbaar was. Ik zag het Dropje de lucht in getakeld worden en er werd woest op haar remmen getrapt. Maar t duurde allemaal nogal lang. Ruim twee uur lang zelfs.

Uiteindelijk zag ik op weer een ander high tech scherm dat ik haar mocht gaan ophalen. De garagemeneer keek me vorsend aan over zijn halve brilletje. Met zo’n blik alsof ik niet goed genoeg voor haar zou zorgen. Maar dat deed ik juist wel.
“Jahaa…we hebben een gevalletje gevonden.”, klonk het streng uit de mond van de garagemeneer.

Ik zag visioenen van een autokerkhof, het kleine zwarte Dropje tussen de malende kaken van zo’n auto-inblikding en van een nieuwe auto waarmee de klik nooit zo zal zijn als die met het Dropje.

“Een gevalletje gevonden ?”, piepte ik.
“Inderdaad...”
Hier liet de garagemeneer een indrukwekkende stilte vallen.
“Het is namelijk zo…het lichtje van de kentekenplaat is defect.”
“Het li...?!”
“Puntje onderhoud, mevrouw!”
De blik over de rand van het brilletje werd priemend.
“Maar er zit natuurlijk alweer een nieuw lampje in. Verder is ‘ie helemaal in orde.”, vervolgde de garagemeneer.
“Dus dat is dan 2 euro alstublieft.”
Het klonk triomfantelijk.
Ik zag hem twijfelen of hij het kon maken om zijn hand alvast uit te steken om het geld te kunnen opvangen.

Het is dat ik zo opgelucht was.
Want anders…

Als sneeuw voor de zon

Jan 03

Zoals u weet ben ik wel eens wat cynisch over die witte wereld geweest.
Maar soms smelt alle weerzin als sneeuw voor de zon.

Want zie hieronder het resultaat als je zo af en toe 'n camera mee neemt op een winterse wandeling :



Oudejaarsavond in vogelvlucht

Jan 01

Waar ik nou vannacht aan lag te denken : hoe doen die vogels dat in hemelsnaam op Oudejaarsavond ?

Zit je daar als kleine huismus op de ochtend van 31 december aan een ontbijt in de vorm van een wat brokkelige vetbol – want u weet : al de lekkere hapjes liggen nog onder die witte deken verborgen - als het vuurwerkgeknal rondom je heen al gaat beginnen.

Beetje mopperig word je dan : “Nee he, ze zullen toch niet nu al beginnen met die herrie!”
Vervolgens wordt dat in de loop van de dag alleen maar erger.

Heb je ergens een smakelijke pindaketting gespot en dan wordt de weg afgesneden door een paar gillende keukenmeiden. Op weg naar een paar droge broodkorstjes op de sneeuw voel je ergens onder je kleine vleugeltjes de luchtverplaatsing door de knal van zo’n ellendig rotje.

Het lijkt mij geen pretje hoor.
Want wat doe je dan, als huismus zijnde zeg maar ? Ga je dan je heil ergens anders zoeken?
Met andere woorden : sla je op de vlucht ? Maar waar naar toe ?
Zo ver als je kleine vleugeltjes je kunnen dragen, lijkt me.
Maar hoe ver is dat?

Je kunt natuurlijk met z’n allen ergens een natuurgebied in, maar daar wordt het dan ook wel weer wat druk lijkt me. Heb je als kleine huismus net een plekje veroverd op een tak ergens in de luwte, strijkt er zo’n logge, humeurige houtduif naast je neer op diezelfde tak. Met het verzoek of je een eindje op wilt schikken, want normaal laten jullie je hier ook al nooit zien dus waarom dan ineens met z’n allen op dezelfde avond ? Je bent toch wat onzeker, want niet bekend in deze omgeving en het is bovendien ook nog eens erg mistig. En je kent het fenomeen roofvogels alleen maar uit de grootspraak van andere vogels als er verhalen verteld werden op de rand van de dakgoot.

Eigenlijk zit je dus maar een beetje op die tak te kleumen in de hoop dat die nacht snel voorbij gaat, zodat je kan gaan proberen of je de weg naar de stad nog weet te vinden.

Zou ’t zo gaan in de vogelwereld ?
Ik heb gepoogd enige research te doen op de site van de Vogelbescherming, maar daar werd ik niet veel wijzer.
Voor degene die deze kennis in huis heeft : ik hoop dat u hier enig licht op kunt werpen.

Op de drempel

Dec 31

Zij aan zij overkeken ze wat peinzend hun landerijen. In dit specifieke geval : de tuin.

Overigens viel daar naar verhouding nogal weinig te zien, want nog steeds wit. En dat gaat op den duur ook vervelen natuurlijk.

Geen vogeltje te zien in het voederhuisje, de kippen zaten wat kouwelijk ineen gedoken en er scharrelde zelfs geen muisje rondom het gaas. Kortom, een saaie boel als je jachthond bent.
Dus ze werden wat melancholiek met z’n tweeen zullen we maar zeggen.

Hond van stand H.B. zat licht te trillen. Iets te veel vuurwerk geknal al naar z’n zin en de avond moest zelfs nog beginnen.
Julius keerde loom z’n hoofd naar me toe en ik meende een diepzinnige blik te bespeuren boven z’n woeste baard.

“Wat heb je op je hart, Julius?”, vroeg ik.
“Ik overdenk het afgelopen jaar”, zei Julius plechtig.
“En was ’t een mooi jaar?”, vroeg ik.
Hij fronste zijn borstelige wenkbrauwen.
“Ja en nee”, zei Julius.
“Ow…”
“Ik heb heerlijk gewandeld dit jaar en erg lekker gegeten”, zei Julius.
“Wat was er dan niet zo leuk?”, vroeg ik, een beetje benauwd rondom m’n hart.
“Ik had graag wat meer los gelopen”, zei Julius.
“Dat ligt wat lastig, dat weet je”, zei ik.
“Zeker door dat jagen op die schapen langs de dijk?”, vroeg Julius, zijn blik terneergeslagen.
“Je bent toch geen herdershond, lieverd”, zei ik.
“Nee, een teckel natuurlijk!”, zei hij, weer fier rechtop.
“Maar…gaan we dan misschien in 't nieuwe jaar weer wat vaker naar het bos?”, vroeg Julius hoopvol.
“Daar zitten konijnen, dat past beter bij een teckel”, vervolgde hij.
“Dan gaan we volgend jaar meer naar ’t bos, goed?”, zei ik.
Julius was even stil.
Toen draaide hij zich naar me toe.
“In 2010 zaten we wel wat vaker in de bench”, zei Julius zacht.
Mijn moederhart sloeg een slagje over.
“We hadden ’t druk”, zei ik, net zo zachtjes, “maar dat mag natuurlijk geen excuus zijn!”
Hond van stand H.B. deed instemmend iets mee met zijn hoofd.
“Volgend jaar doen we ’t anders!!”, zei ik ferm, “We gaan vaker op pad!”
Want deze hele week vrij was me sowieso toch al goed bevallen.
“En dan ga ik weer vaker gekke dingen doen”, zei Julius meteen opgelucht.
“Zoals pantoffels uit de gang halen en verstoppen en zo!”, voegde hij er vrolijk aan toe.
“Niet meteen gaan overdrijven hè”, zei ik gekscherend.

Opgelucht kroelde ik Julius achter z’n oren. Houdt ‘ie van.
“Mogen we al een oliebol?”, vroeg H.B.

[afbeelding dankzij virginhoney op flickr]
Vorige postjes

Taal is van ons allemaal. Om nog maar te zwijgen van ieder's eigen smaak en voorkeur wat taal betreft.

Wat maakt je een taalpurist ? Of puritein ?

Overal om ons heen zijn kleine taalgebeurtenissen. Het is vaak plezierig om die te signaleren. Erover schrijven is nóg veel leuker.

Andere kleine dingen die tussendoor gebeuren kunnen dan best fungeren als de spreekwoordelijke krenten in mijn pap.

Archief