Och wee, de weemoed...
De oudste van het Vriendje heeft eindexamen gedaan.
Daar wordt een mens wel een beetje weemoedig van.
Voornamelijk omdat het dan een eeuwigheid geleden lijkt dat je zelf eindexamen deed.
Ondanks het feit dat er toch enigszins gespannen gewacht wordt op de examenuitslag, vond hij zijn wiskunde-examen daarentegen een makkie. Dat woord is überhaupt nooit bij me opgekomen tijdens mijn wiskundemomenten op de middelbare school. Zelfs niet tijdens die zeldzame momenten dat zoiets als een kansberekening eens een keer geslaagd uitviel.
De wiskunde en ik zijn nooit een geslaagde combinatie geworden. Gelukkig had ik altijd leraren die meeleefden als mij weer eens een puzzelstuk ter oplossing werd aangeboden. Zozeer zelfs dat een wiskundeleraar voor mij ooit een poster maakte omdat hij net zo verheugd was als ik over mijn eerste behaalde voldoende.
Het was een de meest inspirerende leraren, dus dat hij les gaf in wiskunde was eigenlijk eeuwig zonde. Had hij les gegeven in Nederlands, dan had ik het misschien wel geschopt tot Nobelprijswinnaar in de Letteren. Om maar even aan te geven welke moeite de man nam om zijn leerlingen tot grote hoogten op te zwepen. Gelukkig is het lot van wiskundige mij gespaard gebleven.
Van zoiets als dit krijg ik nog steeds de zenuwen :

Terwijl dit me juist nieuwsgierig maakt :
“De beklagenswaardig reis van schrijvers bestaat eruit, dat ze hun angsten, na ze te hebben overwonnen, opnieuw moeten oproepen om er literatuur van te maken.“
(Schrijver Jeroen Brouwers)
Kijk, daar kun je tenminste iets mee. Stof tot schrijven biedt zoiets. Maar zelfs met de beste wil van de wereld zie ik me datzelfde niet doen met zo’n wiskundige formule.
Stel dat je het kreng na uren zwoegen eindelijk hebt opgelost? Wat doe je er dan mee ?
Of zou dat nou juist de charme van de exacte wetenschap zijn? Dat er dan bijvoorbeeld een wereld aan wiskundige mogelijkheden voor je open gaat na zo’n heuglijke uitkomst?
Wat het ook is, het roept me tot op heden nog niet om het verder uit te zoeken.
Ik installeer me maar eens met een goed boek in de zon.
Ik heb tenslotte een vrije dag.