Taalsmaak Over letters die lonken.....

APK

Jan 19

Het was dus weer tijd voor de jaarlijkse keuring. Van mijn auto dan hè.

Zelf word ik binnenkort namelijk ook gekeurd. APK-gewijs dan bedoel ik.
De Baas van het Kantoor heeft namelijk het lumineuze idee opgevat om ons allemaal aan een periodieke keuring te onderwerpen.

Ik heb echt geprobeerd zo geschokt mogelijk te kijken toen hij het nieuws bracht, maar het mocht niet baten. Onverbiddelijk is ie. Binnenkort is het zover. De testresultaten mogen we voor onszelf houden. Maar dan nog.
Als ik de conditietest overleef, beloof ik plechtig dat ik er heuglijk verslag van zal doen.

Enniewee, ik dwaal af.
Ik had het over mijn auto dus. En over hoe die gekeurd ging worden.
12 jaar oud is het Dropje inmiddels al, dus ik kneep m wel een beetje voor mechanische ouderdomsgebreken die misschien aan t licht zouden komen.

Het was druk voor de aanmeldbalie.
Dat kwam door dat bordje voor het loket. ‘We hebben even pauze' stond erop. Ik keek voor de zekerheid even hoe laat het was : 10.15 uur. Vervolgens rekte ik mijn nek om te zoeken naar een tweede loket. Tevergeefs. Ook geen zinnetje eronder of zo, van ‘we zijn zo terug' of ‘onze excuses voor het ongemak'. Niets van dat al, gewoon pauze. 
Is dat normaal : allemaal tegelijk koffiepauze als de hele tent vol zit ?

Toen t eindelijk echt mijn beurt was bij het loket flitste er een op een of ander high tech bord een tijd in beeld. De tijd waarop verwacht werd dat het Dropje weer te mijner beschikking zou staan. Een uurtje later in dit geval zei het flitsende bord. Ik stapte dus de wachtkamer binnen. 
Ook zoiets : waarom groeten mensen elkaar als ze een wachtkamer binnen stappen ? In de rij voor de bakker groet je toch ook niet iedereen die op n halfje bruin staat te wachten ?

Enfin, anderhalf uur later bleek dat de high tech tijd toch niet helemaal haalbaar was. Ik zag het Dropje de lucht in getakeld worden en er werd woest op haar remmen getrapt. Maar t duurde allemaal nogal lang. Ruim twee uur lang zelfs.

Uiteindelijk zag ik op weer een ander high tech scherm dat ik haar mocht gaan ophalen. De garagemeneer keek me vorsend aan over zijn halve brilletje. Met zo’n blik alsof ik niet goed genoeg voor haar zou zorgen. Maar dat deed ik juist wel.
“Jahaa…we hebben een gevalletje gevonden.”, klonk het streng uit de mond van de garagemeneer.

Ik zag visioenen van een autokerkhof, het kleine zwarte Dropje tussen de malende kaken van zo’n auto-inblikding en van een nieuwe auto waarmee de klik nooit zo zal zijn als die met het Dropje.

“Een gevalletje gevonden ?”, piepte ik.
“Inderdaad...”
Hier liet de garagemeneer een indrukwekkende stilte vallen.
“Het is namelijk zo…het lichtje van de kentekenplaat is defect.”
“Het li...?!”
“Puntje onderhoud, mevrouw!”
De blik over de rand van het brilletje werd priemend.
“Maar er zit natuurlijk alweer een nieuw lampje in. Verder is ‘ie helemaal in orde.”, vervolgde de garagemeneer.
“Dus dat is dan 2 euro alstublieft.”
Het klonk triomfantelijk.
Ik zag hem twijfelen of hij het kon maken om zijn hand alvast uit te steken om het geld te kunnen opvangen.

Het is dat ik zo opgelucht was.
Want anders…

Als sneeuw voor de zon

Jan 03

Zoals u weet ben ik wel eens wat cynisch over die witte wereld geweest.
Maar soms smelt alle weerzin als sneeuw voor de zon.

Want zie hieronder het resultaat als je zo af en toe 'n camera mee neemt op een winterse wandeling :



Oudejaarsavond in vogelvlucht

Jan 01

Waar ik nou vannacht aan lag te denken : hoe doen die vogels dat in hemelsnaam op Oudejaarsavond ?

Zit je daar als kleine huismus op de ochtend van 31 december aan een ontbijt in de vorm van een wat brokkelige vetbol – want u weet : al de lekkere hapjes liggen nog onder die witte deken verborgen - als het vuurwerkgeknal rondom je heen al gaat beginnen.

Beetje mopperig word je dan : “Nee he, ze zullen toch niet nu al beginnen met die herrie!”
Vervolgens wordt dat in de loop van de dag alleen maar erger.

Heb je ergens een smakelijke pindaketting gespot en dan wordt de weg afgesneden door een paar gillende keukenmeiden. Op weg naar een paar droge broodkorstjes op de sneeuw voel je ergens onder je kleine vleugeltjes de luchtverplaatsing door de knal van zo’n ellendig rotje.

Het lijkt mij geen pretje hoor.
Want wat doe je dan, als huismus zijnde zeg maar ? Ga je dan je heil ergens anders zoeken?
Met andere woorden : sla je op de vlucht ? Maar waar naar toe ?
Zo ver als je kleine vleugeltjes je kunnen dragen, lijkt me.
Maar hoe ver is dat?

Je kunt natuurlijk met z’n allen ergens een natuurgebied in, maar daar wordt het dan ook wel weer wat druk lijkt me. Heb je als kleine huismus net een plekje veroverd op een tak ergens in de luwte, strijkt er zo’n logge, humeurige houtduif naast je neer op diezelfde tak. Met het verzoek of je een eindje op wilt schikken, want normaal laten jullie je hier ook al nooit zien dus waarom dan ineens met z’n allen op dezelfde avond ? Je bent toch wat onzeker, want niet bekend in deze omgeving en het is bovendien ook nog eens erg mistig. En je kent het fenomeen roofvogels alleen maar uit de grootspraak van andere vogels als er verhalen verteld werden op de rand van de dakgoot.

Eigenlijk zit je dus maar een beetje op die tak te kleumen in de hoop dat die nacht snel voorbij gaat, zodat je kan gaan proberen of je de weg naar de stad nog weet te vinden.

Zou ’t zo gaan in de vogelwereld ?
Ik heb gepoogd enige research te doen op de site van de Vogelbescherming, maar daar werd ik niet veel wijzer.
Voor degene die deze kennis in huis heeft : ik hoop dat u hier enig licht op kunt werpen.

Taal is van ons allemaal. Om nog maar te zwijgen van ieder's eigen smaak en voorkeur wat taal betreft.

Wat maakt je een taalpurist ? Of puritein ?

Overal om ons heen zijn kleine taalgebeurtenissen. Het is vaak plezierig om die te signaleren. Erover schrijven is nóg veel leuker.

Andere kleine dingen die tussendoor gebeuren kunnen dan best fungeren als de spreekwoordelijke krenten in mijn pap.

Archief