Bij nacht en ontij
Het was weer raak hoor.
Een groot beige kleurig insect met akelig kriebelende vleugels, maar daar kwam ik pas later achter.
Toen het kwaad al was geschied zeg maar.
Hij had het uiterlijk een nachtvlinder. Met van die prachtig getekende vleugeltjes. Uiltjes noemde ik ze voorheen altijd liefkozend. Dat is na vannacht wel afgelopen.
Dit exemplaar had niets liefs, had een berg scherpe tandjes en had bovendien de rest van zijn familie ook uitgenodigd voor het nachtelijke bezoek aan onze slaapkamer.
Ik vroeg het Vriendje nog hoe het in hemelsnaam kon dat ze in een minuut tijd uitgroeiden van het formaat vlinder tot zoiets als een vleermuis en dat ze er dan ook nog in slaagden om onder je dekbed te blijven vliegen. Hij wist het niet, zei ‘ie en draaide zich nog een keer om. Nee, in het holst van de nacht kun je niet echt op hem rekenen.
Zo’n gevleugeld kreng een mep verkopen hielp ook niet, want behalve de wolk poeder die daarna rond wervelde, hadden ze er niet noemenswaardig veel last van.
Kortom, het was een oneerlijke strijd.
Eenmaal wakker wilde ik de schade opnemen. Wat denk je? Wéér gedroomd! Ik lever nogal wat nachtelijke strijd met onze fauna de laatste tijd. Een aantal weken geleden verloor ik bijna een worsteling met een krokodil in onze huiskamer, waarbij het Vriendje met opgetrokken benen het grondgevecht gadesloeg vanaf een kerkbank(?). Trouwens : waar zijn teckels Julius en H.B. als je ze een keer nodig hebt ?
En nog eerder werd ik belaagd door een uit de kluiten vogelspin vanaf onze tuintafel. Zo eentje die zich in het heetst van de strijd verschanste tussen de kieren in het hout en dan met een harige poot mij naar zich toe probeerde te hengelen. Toen was het Vriendje zelfs in geen velden of wegen te bekennen. Stond ik er mooi alleen voor.
En dan zeggen ze dat de nacht bedoeld is om uit te rusten.
Dat schiet zo niet op natuurlijk.
Geen reacties