Nov
10
Vandaag was het een vrije dag met een missie.
Hond van stand HB liep namelijk al een tijdje rond in een wat verfomfaaide winterjas. Zo eentje die duidelijk aan vervanging toe was.
Alleen is dat nu eenmaal wat lastig als je hond bent. Het betrof in dit geval namelijk zijn eigen jas en niet een of andere kekke hondenjas in Burberry-ruit die je (met een goed gevulde portemonnee althans) in de design petstore kunt aanschaffen.
Want daar doe ik niet aan hoor.
Buiten het feit dat hond van stand HB in zo’n jas dan helemaal zo’n intelligent Sherlock Holmes gezicht gaat trekken tijdens het wandelen, doe ik het ook niet omdat ik, als ik naast hem loop, er zelf waarschijnlijk maar karig vanaf kom qua uitstraling in dat geval.
Ik verdenk hem er namelijk weleens van dat ie zichzelf best een deftig heerschap vindt, maar dat ie zich inhoudt omdat ie nu eenmaal bij ons woont.
Hij vindt het waarschijnlijk sneu voor ons om zich dan ook echt als een heer van stand te gaan gedragen.
Van jongs af aan ben ik aan een leven met honden én katten gewend, maar voor de zekerheid heb ik hond van stand HB meteen bij binnenkomst maar verteld dat wij gewoon de baas zijn en dat we geen trek hebben in soortgelijke katteneisen zoals het hebben van personeel en zo.
En ik moet eerlijk zeggen, hij is gezegend met een erg inschikkelijk karakter.
Behalve vandaag dan.
Want zoals gezegd moest zijn jas uit.
En dat vindt ie maar niks. Dat gepluk allemaal.
Toen zijn jas eenmaal uit was, dacht ik : “Ook meteen maar even in bad dan!”
En dat had ie waarschijnlijk gehoord.
Terwijl ik toch de hele operatie met militaire precisie had voorbereid : wasteil zo onopvallend mogelijk neergezet, warm water, shampoo en de gieter met eveneens warm water om af te spoelen zo nonchalant mogelijk ernaast gezet.
Alsof ’t de dagelijkse gang van zaken is zeg maar.
Maar op ’t moment suprême had hond van stand HB mooi de plaat gepoetst.
En moest ik alles uit de kast trekken van vleierij tot en met boos gemopper en het lokken met koekjes om hem te overreden plaats te nemen in zijn bad.
Hij verleende me uiteindelijk grootmoedig die gunst.
Verder werpt hij nu vooral wat beledigende blikken over de rand van zijn mand, waar hij ligt bij te komen van alle perikelen op zijn – overigens wel geruite – donskussen.
Je zal het maar hebben, zo’n hondenleven.