Les Tournesols
Ze vormden gezamenlijk een klein leger.
Zo op het eerste oog leken ze een krijgsmacht op zijn retour.
Maar na een nauwkeuriger tweede blik herkende je in hen sobere monniken.
Die moeizaam voort sjokten in hun zware habijten.
Hun dracht leek te bestaan uit losse lappen.
En de textiel hing slobberig om hun magere schouders.
De kleur van hun pijen was nog immer van een intens groen.
En leek nog niet aangetast door het neergedaalde stof op hun pelgrimspad.
Wat veroorzaakte hun trage gang ?
Werden ze gedwongen tot een moeizame tred ?
Wellicht waren ze murw geslagen door de brandende zon.
Die met haar hete stralen de grond onder hun voeten verschroeide.
Her en der vertoonde de aardbodem scheuren in haar verdroogde schil.
Een gift hemelwater zou waarschijnlijk dankbaar door de pelgrims ontvangen worden.
Het leek echter alsof ze hun beste tijd hadden gehad.
En dat ze daarom weemoedig hun hoofd lieten hangen.
De gele aura’s rondom hun gezicht waren beschaamd gericht naar de aarde.
Alsof ze zich niet durfden op te richten naar degene aan wie ze hun naam te danken hadden.
Hun aanblik maakte nieuwsgierig naar het verhaal achter hun tocht.
Misschien had ik echter, in plaats van hen op de gevoelige plaat vast te leggen,
ze een behoedzame reis moeten wensen.
Eén reactie
Wat een mooi beeld. Ik las de tekst vóór ik de foto zag. Klopt helemaal.