Neerslach(tig) Amsterdam
Een inktzwart wolkendek vanmorgen en dikke druppels op de autoruit.
Iets in het woord 'wenen' maakt dat het bijna mooi lijkt, terwijl die gedraging op zich meestal maar een trieste bedoening is.
Maar de Amsterdamse wolken weenden vanmorgen in ieder geval.
Het was stil op straat en dat voor een locatie die bijna in ’t hartje van de stad ligt.
Met de boodschappen onder mijn arm – want hoop lekkere dingen bij me – trok ik een sprint naar de schuifdeuren.
Daar aangekomen bleek dat onregelmatig hardlopen in ’t weekend duidelijk niet afdoende is.
Ook kun je nog aardig nat worden tijdens zo'n kort stukje.
De schuifdeur opende zich niet al te vlot.
Tijd genoeg om te lezen dat die op de anti tocht stand stond.
Ik ging op dierbaar bezoek zoals bijna iedere week tegenwoordig.
De geur beneden bij de receptie is bedompt, alsof er nodig ergens een raam open mag.
Maar het weer vandaag leent zich er niet voor.
De lift heeft zijn tijd nodig en komt langzaam maar gestaag naar beneden.
Passend bij het tempo van zijn kostbare vracht zoals hij die meestal te vervoeren krijgt.
In de gang hoor ik op diverse plekken de herhaling van Lingo.
Snoeihard door de dichte deuren langs de lange gang.
Achter iedere deur iemand die al een heel leven geleefd heeft.
Ervan genoten ook, getuige de verhalen op de gang soms.
Zij die hier wonen hoeven niet meer zo nodig van alles.
Ze zijn tijdtechnisch gezien in ruste.
Hebben hun gehele leven hard gewerkt. Geleefd.
Hebben alles al een keer gezien. En alles al een keer meegemaakt.
Hij is blij met mijn bezoek. En met de lekkere dingen.
Likkebaarden kun je ook als je de negentig al gepasseerd bent.
We kletsen. Halen herinneringen op.
Ik geef advies en aanwijzingen om goed voor zichzelf te zorgen.
Want dat hele leven al geleefd hebben, wil nog niet zeggen dat ’t dan genoeg is.
Al is ’t niet helemaal reëel om te vragen of iemand op jouw verzoek de honderd wil halen.
Eén reactie
Mooi en treffend!